Datum
24 november 2014

Onderzoek ‘Samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij’.

Op 23 oktober heeft Herjan Schreuder op Van Hall Larenstein in Leeuwarden zijn afstudeerpresentatie gehouden over zijn onderzoek. Dit onderzoek is voortgekomen uit één van de tien adviezen die Professor Rabbinge vanuit de stuurgroep van de Agenda voor de Veenkoloniën in februari 2012 heeft voorgesteld: ‘De samenwerking stimuleren tussen primaire bedrijven’. Het doel was om de landbouw in de Veenkoloniën te versterken.


‘Samen sterk’ bestaat uit een drietal ondernemers, twee veehouders en een akkerbouwer met pluimvee, die al een samenwerkingsverband hebben. Ze werken samen door grondruil, uitwisseling van dierlijke mest en op het gebied van arbeid. Dit samenwerkingsverband had een aantal vraagstukken waar Herjan zich tijdens zijn onderzoek in verdiept heeft. Welke groenbemester (tegen aaltjes) past het best in het samenwerkingsverband, wat is een goed te telen krachtvoervervanger en hoe kan de mestboekhouding eenvoudiger gemaakt worden?

Er zijn ook verschillende interviews gehouden met akkerbouwers en veehouders die al samenwerken over onder andere de motivatie om samen te werken en ideeën om de samenwerking te optimaliseren. Uit het onderzoek is gebleken dat bladrammenas van het ras Doublet de breedste werking heeft tegen aaltjes. Naast het gele en het witte bietencysteaaltje is deze ook resistent voor het maïswortelknobbelaaltje, bedrieglijke wortelknobbelaaltje, tabaksratelvirus en het wortellesieaaltje.

Door zijn massale wortelstelsel is een goede structuur van de grond gewaarborgd. Lupine is een goed te telen gewas als krachtvoervervanger. De teelt is eenvoudig, vraagt weinig bemesting en is rijk aan eiwitten en andere voedingsstoffen. Vergeleken met veldbonen en erwten heeft lupine het hoogste DVE gehalte. Hier zitten echter beperkingen aan vanwege het gehalte aan alkaloïden. De administratie bij het afnemen van mest blijft een obstakel, omdat het gaat om afzonderlijke bedrijven met verschillende relatienummers. De bedrijven samenvoegen tot een maatschap of VOF is een optie. Een van beide vormen staat dan bij de Kamer van Koophandel ingeschreven als één bedrijf. 

Tijdens de interviews is naar voren gekomen dat meestal het huren van aardappelland en het afnemen van mest de motivatie van samenwerken is. Ook wordt er wel samengewerkt op gebied van mechanisatie en arbeid. In een optimale samenwerking zouden een veehouder en een akkerbouwer in principe moeten opereren in hun eigen vakgebied. Door samen de krachten te bundelen, een veehouder met de kennis van het vee en een akkerbouwer met de kennis van gewassen, bodem en bemesting, kan de bedrijfsvoering van een veehouderijbedrijf en een akkerbouwbedrijf gezien worden als een nieuw gemengd bedrijf.