''Toekomst: bouwplan akkerbouwer en veehouder combineren''

POP3 Kringlooplandbouw 
Profiel: Berend Pieter Jansema 

In het kader van het POP3 Kringlooplandbouw Veenkoloniën gaan we in gesprek met een aantal agrariërs. Berend Pieter Jansema heeft een akkerbouwbedrijf in het Groningse dorp Sellingen. Hij beteelt hier 200 hectare zandgrond en heeft aardappelen, suikerbieten, vezelhennep en zaaiuien in het bouwplan. 

Rotatieteelt
Op dit moment worden de zetmeelaardappelen geteeld in een 1 op 2 rotatie. Berend zijn wens was om deze rotatie te verruimen naar 1 op 3, zonder dat hij hierbij in hoeft leveren op het totale areaal aardappelen. Daarom is Berend een samenwerking met een melkveehouder aangegaan. Hierbij worden afspraken gemaakt over een periode van drie jaar, dit geeft voor beide partijen een bepaalde vastigheid. Over deze samenwerking is Berend enthousiast; ‘’Naar de toekomst toe zou ik graag zien dat het bouwplan van de akkerbouwer en veehouder gecombineerd worden tot één teeltplan, dit biedt meer mogelijkheden en zal het succes vergoten.’’ Het toepassen van een ruimere rotatieteelt wordt eenvoudiger, maar op dit moment maakt het beleid deze samenwerking niet gemakkelijk.  

Grondbewerkingen
Wat betreft de grondbewerkingen is Berend vrij stellig: ‘’Zo weinig mogelijk bewerkingen in zo min mogelijk werkgangen.’’ Er wordt geprobeerd om de grondbewerkingen zo ondiep mogelijk te doen, zodat het (diepere) bodemleven zo veel mogelijk met rustgelaten wordt. Om die reden wordt er niet geploegd op het bedrijf, met uitzondering van grasland bij grondruil met een veehouder. De hoofdgrondbewerking wordt in één werkgang uitgevoerd met het zaaien/poten van het gewas. Alle machines op het bedrijf zijn voorzien van een lagedruksystemen, om op deze manier de bodem zo veel mogelijk te ontlasten.

Bemesting
De bemesting ziet Berend als een van de belangrijkste onderdelen van de teelt, het levert voeding voor de bodem en het gewas. De voorkeur van Berend gaat uit naar organische meststoffen boven chemische meststoffen. Het bezwaar tegen kunstmest komt met name vanwege de zouten, deze werken negatief op de bodemvruchtbaarheid. Kunstmest wordt alleen ingezet als een correctie op een specifiek mineraal of wordt toegediend op een tijdstip waarop het gewas een verhoogde behoefte heeft aan een bepaald element. Op dit moment gebruikt Berend voornamelijk drijfmest als meststof. De plaatsingsruimte van mest is beperkt, waardoor het gericht inzetten van meststoffen belangrijk is. Voor het aanvoeren van drijfmest krijgt Berend een vergoeding van ongeveer € 4 per kg fosfaat, terwijl hij voor vaste mest € 4 per kg fosfaat betaald moet worden. De vaste mest geeft een veel hogere aanvoer van organische stof met dezelfde hoeveelheid fosfaat, hiermee is de toegevoegde waarde voor de bodem veel groter. Ook de C/N verhouding is gunstiger in vaste mest, waardoor de benutting van de nutriënten hoger zal liggen. De huidige situatie op de mestmarkt sterke invloed heeft op de keuze in van bepaalde soorten mest, in plaats van de kwaliteit van de mest. ‘’Om het verbeteren van de bodemkwaliteit te stimuleren, zou de prijs van mest afhankelijk moeten zijn van de kwaliteit’’, vindt Berend.

Kringlooplandbouw
Berend denkt dat kringlooplandbouw perspectief biedt voor de toekomst. ‘’Op dit moment vormen verschillende regels een struikelblok om kringlooplandbouw toe te kunnen passen’’, zegt Berend. ‘’Het aanvoeren van reststromen, zoals rioolslib of bermmaaisel zou eigenlijk niet ten kosten moeten gaan van de plaatsingsruimte. Daarnaast is een samenwerking tussen veehouder en akkerbouwer niet eenvoudig, wanneer men te maken heeft met verschillende mestnummers’’.