''Je moet het van de positieve kant zien!''

Als medewerkers van Innovatie Veenkoloniën zijn we erg nieuwsgierig hoe een boer omgaat met burgers, media, regelgeving en wetten. Tijdens het zevende interview van deze serie gaan we in gesprek met  vader Harm Jan en zoon Bé Panman.


Maatschap
In 1981 is Harm Jan bij zijn vader in de maatschap van de boerderij gestapt, in 1994 nam hij het bedrijf volledig over en in 2012 stapte Bé bij zijn vader in de maatschap. Ze runnen samen een akkerbouwbedrijf van 130 hectare en waar ze zetmeelaardappelen, bieten, graan en uien verbouwen. Naast de werkzaamheden op de boerderij werken beide heren ook nog buiten de deur; Bé werkt drie dagen op de proefboerderij van de WUR en Harm Jan werkt als taxateur voor Agriver. Een druk bestaan dus! Maar wat een positieve energie en wat zijn ze ontspannen.


Innovatie
Het gesprek begint met een onderwerp dat direct al de diepte in gaat: de proefvelden met groenbemesters. Op de proefboerderij is Bé in aanraking gekomen met bodemverbetering aan de hand van de proeven met groenbemesters, met name tagetes. In overleg met Harm Jan hebben ze samen besloten om een keer in plaats van graan, tagetes te zaaien. Ze hebben er voor gekozen om tagetes te laten zaaien met het uiteindelijke doel om de opbrengst van dat kavel te verhogen bij de volgende teelt. Op de vraag ‘hoe dan?’ kwam de uitleg: ‘We hadden 16 hectare uien geteeld, dat was te veel. We hebben dit verminderd met 4 hectare en stonden voor de keuze; nog eens zomergerst of tagetes? De keuze was snel gemaakt: tagetes. Stilstand is achteruitgang, dus je moet blijven innoveren en proberen.’ Ook de omgeving is het oranje veld opgevallen. Bé vertelt: ‘Op een zomerdag kwam een dame op de fiets voorbij en stopte om te vragen wat dat oranje spul was. Ik antwoordde ‘tagetes’, de dame blijft wat vragend kijken. ‘Afrikaantjes..?’ Ja, die kende ze wel.. haha.. Gelukkig was ze ook geïnteresseerd in mijn uitleg waarom we dit telen en wat het doel ervan is.’


Drie generaties
Tot 2011 heeft opa Panman ook een belangrijke rol op de boerderij gespeeld. En nog praten de beide stoere mannen met respect en liefde over hun vader en opa. Ze hebben nog enige tijd met z’n drieën op de boerderij gewerkt tijdens het inschuren van de aardappels; Bé was aan het rooien, opa was aan het ‘mennen’ en Harm Jan was in de schuur. Een mooie tijd waarin opa veel kleine klusjes opknapte en zaken regelde waarvan ze er nu achter komen, dat ze best veel tijd kosten. Bij verschillende onderwerpen wordt ook opa veelvuldig aangehaald; als het over innovatie gaat, heeft opa de grootste veranderingen meegemaakt. Hij heeft de ontwikkeling van paard en wagen naar de eerste GPS bestuurbare trekker meegemaakt én er zelfs nog mee gewerkt. Qua arbeidsintensiteit: vroeger waren er voor 35 hectare 6 medewerkers nodig, nu bewerken ze 130 hectare met (maar) twee man. Naast dat opa zijn werk als hobby beschouwde, had hij nog een andere liefde: sport kijken. Bé: ‘Opa vond schaatsen erg leuk om naar te kijken, dus zodra er ook maar een schaatswedstrijd op tv was, zat hij voor de buis om alles te volgen.’


Uien
Het telen van uien gebeurt nog niet zo heel lang in de Veenkoloniën. In 2009 zijn de heren hier, samen met nog een  aantal ondernemende boeren onder de vleugels van Agrifirm mee begonnen. Het eerste jaar is 57 hectare uien in Drenthe verbouwd en geoogst. Dit heeft wel wat voeten in aarde gehad, want vanuit één van de polders kwam wel wat protest! Gelukkig waren de agrariërs in de Noordoostpolder een stuk coöperatiever en ontstond een mooie wisselwerking tussen de beide gebieden. Uiteraard ging dit stukje pionieren met vallen en omstaan: in het eerste jaar was er een probleem met het vele melganzevoet waarvan de stengels een doorsnee van wel 3-4 centimeter hadden. Bé: ‘In zo’n eerste jaar is het vooral uitzoeken hoe je met het gewas om moet gaan. We zijn de melganzevoet met snoeischaren te lijf gegaan, in het tweede jaar werd dit stuk onkruid al een stuk meer beheersbaar.’ Een stukje achtergrondinformatie: afgelopen jaar bracht 12 hectare uien bijna net zoveel op als 50 hectare zetmeelaardappelen..


Regelgeving in de praktijk
De toename van de regelgeving werpt gelukkig slechts een kleine schaduw vooruit op de bedrijfsvoering en dan gaat het met name over de toepassing er van. Als voorbeeld wordt de drukregulatie van de veldspuit genoemd. Er wordt nog steeds residu van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater gevonden en daarom wordt de regelgeving voor de agrarische sector aangescherpt. Helaas zijn er ook veel andere industrieën die hieraan een bedrage leveren. Denk hierbij aan de farmaceutische industrie, daarbij vergeleken is het aandeel van de agrarische industrie slechts beperkt. Harm Jan: ‘Om aan de nieuwe regelgeving te kunnen voldoen, moet materieel aangepast worden, wat weer een investering vraagt. Dus linksom of rechtsom, het kost geld.’

Maar stilstaan is achteruitgang volgens de heren, dus mopperen ze niet en zoeken ze op een realistische manier naar de positieve kanten van innovatie en vernieuwing. Als voorbeeld noemen ze de ontwikkeling van de GPS. In de agrarische sector wordt vaak als een probleem de investeringskosten genoemd. Veel boeren doen geen investeringen  meer, omdat ze de kosten er niet meer uit kunnen halen. Harm Jan en Bé stellen hier tegenover dat de investering ook iets oplevert, mits je de functies goed weet te benutten. Bé: ‘GPS wordt ingezet om ‘dwars-over’ te cultiveren met een tussenafstand van 6 meter. Vroeger was het gebaseerd op ervaring en gewoon doen, op het oog wat 6 meter is, met als resultaat dat je soms voor 1 meter nog een keer extra moest of dat je een andere keer scheef werkte. Met de GPS werkt dit veel gemakkelijker, waarmee je zo een paar uur arbeidskosten en tijd kunt besparen.’


Manier van leven
Beide heren ademen rust en passie uit. Ze zijn zich er zelf waarschijnlijk niet van bewust, maar de zelfverzekerdheid en warmte waarmee ze over hun ‘manier van leven’ praten maakt dat ze ons de keerzijde van het boerenleven doen vergeten. Harm Jan: ‘Natuurlijk is het ondernemen op de boerderij niet altijd leuk. Als we een jaar helemaal niets hebben verdiend, zeggen mensen wel eens ‘hou er toch mee op’, maar dat kan ik niet. Zelfs na een seizoen zoals afgelopen jaar met een nat voorjaar en een erg droge zomer, zie ik nog  steeds meer positieve dan negatieve dingen in mijn vak. En zo lang ik dat blijf zien, geniet ik ervan en blijf ik boer!’

 

Bé:
Diezelfde drive heeft Bé ook, hij zou graag zien dat ze in de toekomst met z’n tweeën nog een stuk grond erbij krijgen, zodat hij ook volledig op de boerderij aan de slag kan. Harm Jan zou dan een stapje terug kunnen doen, zoals Harm Jan zijn vader dat ook heeft gedaan toen hij de boerderij overnam. De eerste stappen daarvoor zijn al gezet; Harm Jan en zijn vrouw gaan verhuizen naar Emmen, zodat Bé op de boerderij kan gaan wonen. Daarnaast willen ze stappen zetten in het spreiden van arbeid. Nu zijn er in een jaar twee pieken qua arbeid, dat zouden ze liever willen uitsmeren over het hele jaar . Dat “agrariër-zijn” in hart en nieren moet zitten heeft Bé ook ondervonden. ‘Het afgelopen jaar is best een druk jaar geweest. Daarnaast heb je sowieso twee pieken in het jaar, waarvan je weet dat er weinig tijd overblijft voor andere zaken of een sociaal leven. Voor een buitenstaander is dat soms best lastig te begrijpen en het heeft soms effect op vriendschappen. Maar ja, dat hoort er bij, het is een manier van leven, mijn manier van leven.’


Harm Jan:
‘Hoe wij de toekomst zien?’ vraagt Harm Jan. ‘Naast de dagelijkse werkzaamheden, de innovaties en vernieuwingen blijven we ook gewoon oog houden voor de mensen en dingen om ons heen. We volgen beide actief de actualiteit in ons vakgebied. En als we op het land zijn, zien we nog steeds het wild om ons heen. Prachtig om te zien hoeveel wild er nog is en zich schuilhoudt in onze gewassen! Maar we zien ook wel dat de bevolking toeneemt en daar moet wel voldoende voedsel voor zijn. Aardappelzetmeel zit in zoveel verschillende producten. De consument heeft hier geen weet van, maar neemt het wel dagelijks tot zich. We willen duurzamer werken. Zo hebben we bijvoorbeeld een betonnen mestsilo laten plaatsen die 40 jaar meegaat, waarin de mest beter mixbaar is, beter bewaard wordt en dus een hogere kwaliteit heeft. Kortom: we blijven lekker bezig!’

 

 

 



Door: Marjan van Delden & Rieke Grooten