Vergroening in de praktijk: de bodem is je boterham

Vlak voor het interview verdiep ik me nog even opnieuw in de wereld van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) en dan met name de vergroeningsplicht. Het document dat ik lees heeft veel gedetailleerde informatie en eerlijk gezegd ben ik geneigd halverwege af te haken. Hoe doet een akkerbouwer dit? Hoe gaat hij om met het thema verplichte vergroening binnen zijn bouwplan. Vragen voor Gerard Manning.


Al meer dan 20 jaar maakt Gerard, die samen met zijn zoon Antony het akkerbouwbedrijf runt, gebruik van groenbemesters na de graanteelt om de simpele reden om de bodemvruchtbaarheid te verbeteren en de aaltjes te onderdrukken. Gerard vertelt: ‘Gedurende de jaren veranderen je inzichten hoe je je grond het beste kunt bewerken. De ene groenbemester werkt beter dan de andere op een bepaald perceel. Het is een kwestie van goed in de gaten houden.’ Gerard verzorgt ruim 100 ha akkerbouwgrond, daarnaast verricht hij met zijn bedrijf loonwerkzaamheden: bieten rooien en maaidorsen. Het bouwplan bestaat uit 50% zetmeelaardappelen, 25% bieten en 25% graan. Het merendeel van de percelen bestaat uit zandgrond, de huisperceel van ongeveer 35 ha bevat fosfaat fixerende grond. De voorgeschreven 5% vergroening wordt ingevuld door bijvoorbeeld Japanse haver en bladrammenas. Gerard heeft ook deelgenomen aan een praktijknetwerk met betrekking tot Tagetes.

Ervaring
Doordat Gerard al zijn ervaring met vergroening opdeed nog ver voordat het een verplichting werd, was het voor hem laagdrempelig om hieraan deel te nemen. Toch bezoekt hij met regelmaat de WUR locatie in Valthermond (voorheen proefboerderij ’t Kompas) om met collega’s te spreken over de ontwikkelingen en om op de hoogte gebracht te worden van de verschillende proeven. Zo wordt ook deelgenomen aan het project om het water van de Mussel A, een stroompje dat het huisperceel van Gerard doorkruist, schoner te maken. Door een rand van 3 meter met wilde bloemenmengsels te zaaien langs de kavelsloten die afwateren op de Mussel A, wordt gezorgd dat gewasbeschermingsmiddelen en kunstmest niet in het water terecht komen. Een goed initiatief, maar ook nuttig voor de natuurlijke balans op de akkers.

Bureaucratie als belemmering
Ervaart Gerard de bureaucratie ervaart als een belemmering? ‘Het hoort er gewoon bij. Sommige zaken zijn goed geregeld, maar andere zaken vormen een ergernis en zie ik als betutteling. En met mij waarschijnlijk veel meer. Uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een goede opbrengst uit een vruchtbare grond. En dat jaar in jaar uit. Want zonder onze opbrengsten heeft de consument geen suiker of een aardappel. Maar als akkerbouwer moet je wel kritisch zijn hoe je de regels toepast binnen je eigen bouwplan. Voor sommige akkerbouwers is de vergroeningseis een lastig item en valt het niet mee om er invulling aan te geven binnen het bouwplan. Collega’s zaaien bijvoorbeeld na de aardappels een groenbemester in, maar hierdoor verklein je de kans op het kapotvriezen van de verliesknollen. Daarmee loop je het doel van vergroening mis en voer je het alleen maar uit omdat het een verplichting is, maar niet omdat het je een betere opbrengst oplevert. En dat is toch de voornaamste reden om de vergroening goed in te zetten: het verbeteren van de bodemvruchtbaarheid en daardoor de opbrengst per ha vergroten.’

16 miljoen suikerklontjes
De ‘gewone’ burger krijgt van dit hele principe weinig mee, behalve als de FAB-randen van zich doen laten gelden. Gerard: ‘Mensen uit het dorp vragen inderdaad wel of ik het aankomende jaar weer de mooie bloemen ga zaaien. Haha.. maar ze vragen me nooit of ik ook aardappels of bieten ga telen!’ Gerard heeft een goed contact met de omgeving en gaat ook graag de dialoog aan om dorpsgenoten een stukje bewustwording mee te geven. Maar over het algemeen is dat niet noodzakelijk vanwege het agrarische karakter van deze streek. Men weet hoe het werkt. Toch is het altijd leuk om kinderen in contact te laten komen met de boerderij. Gerard glimlacht bij de herinnering: ‘We hebben goede contacten met de basisschool en toen een juf van groep 6, 7 en 8 een paar jaar geleden vroeg of het mogelijk was om een kijkje te komen nemen, heb ik ook geen moment getwijfeld. Dan vind ik het wel leuk om iets extra te doen. Dus alleen machines bekijken is niet genoeg. Gelukkig had ik 5 bunder suikerbieten op het erf en heb ik een aantal sommen voorgerekend waar de juf van te voren mee aan de slag kon. Hoeveel kilo suiker uit een suikerbiet, hoeveel plantjes heb je nodig voor 1 kilo suiker, hoeveel suikerklontjes er in een kilo zitten, etc. Ik geloof dat ik toen op het erf 16 miljoen suikerklontjes had, haha...’

Opbrengst verhogen,  bodemvruchtbaarheid verbeteren
Voor de toekomst zijn de doelen helder: de opbrengsten per ha verhogen en de bodemvruchtbaarheid verbeteren. Gerard: ‘En met name bij dat laatste komt er op het perceel met de fosfaat fixerende grond een zorg om de hoek. Het Pw-getal daalt de laatste jaren continu, daardoor ontstaat de zorg dat er op lange termijn steeds minder fosfaat beschikbaar is om een goede opbrengst te genereren. Door middel van compost strooien proberen we het fosfaatgehalte weer omhoog te brengen om de vicieuze cirkel van opbrengsten versus fosfaat verlies tegen te gaan. Maar ja, ook daarvoor gelden weer verschillende regels.’

Gerard neemt ons mee naar het veld bladrammenas voor de foto. De mooie, dreigende lucht op de achtergrond accentueert de felgroene kleur van het gewas. Een mooi contrast wat ook geldt voor de theorie van het GLB en de praktijk waar onze boeren dagelijks mee te maken hebben.

 

Bedankt Gerard!