Datum
25 september 2013

Praktijknetwerk opheffen bodemverdichting & Praktijknetwerk kwantificeren effecten bodemverdichting

De laatste jaren wordt terecht meer aandacht voor de bodem gevraagd. Een goede bodemstructuur verhoogt het rendement van de N- en P-bemesting. Optimale groei en een topopbrengst is het doel.


Beperkingen kunnen veroorzaakt worden door storende lagen, hoogteligging, drooglegging, bodemstructuur of ontwateringsituatie.

Bodemverbetering kunnen deze beperkingen geheel of gedeeltelijk oplossen. Er bestaan veel manieren van verbeteren. Twee praktijknetwerken hebben daarom een beslisschema ontwikkeld voor het optimaal opheffen van bodemverdichtingen door het vergelijken van diverse bodemverbeteringsmethoden. Deze kennis wordt met elkaar uitgewisseld.

Zoekwoorden: bodemverdichting en water

Lancering beslisboom bodemverdichting

In het praktijknetwerk “Opheffen bodemverdichting” is een beslisboom ontwikkeld. Er zijn verschillende typen bodemverdichting. Ze kunnen natuurlijk van aard zijn, denk hierbij aan dichte pakking van zandkorrels, of slecht doorlatende veenlagen. Maar bodemverdichting kan ook ontstaan door machine gebruik en berijding van percelen onder te natte omstandigheden.


De beslisboom beschrijft voor verschillende situaties bodemverdichting hoe deze opgeheven kan worden. Er zijn verschillende storende lagen of bodemprofielen die voorkomen in de Veenkoloniën. Elke situatie vraagt een andere aanpak met machines. De beslisboom beschrijft deze bodemprofielen en bijbehorende maatregelen. Daarnaast zijn er tips gegeven die inzicht geven in de perceelsituatie, of type bodemverdichtingen die kunnen voorkomen.

Verslag bijeenkomst 12 juni

Op 12 juni 2014 is een bijeenkomst gehouden van de praktijknetwerken Opheffen bodemverdichting en Kwantificeren bodemverdichting op het PPO Proefbedrijf ’t Kompas. Lees hier het gehele verslag.


Praktijknetwerk Opheffen Bodemverdichting en Kwantificeren Bodemkwaliteit
Bij de ontginning is er plaatselijk een restant van het veen blijven zitten. Dit veen is deels verteerd en ingeklonken. Dit is de oorzaak van hoogteverschillen, van soms meer dan 1 meter, binnen één perceel. Het waterpeil is gericht op voldoende ontwatering van de laagste plekken. Hierdoor ontstaat het risico van vochttekort op de hogere zandkoppen. Bovendien is de bewortelingsdiepte op de zandkoppen gering omdat deze grond makkelijk wordt verdicht. Door de geringe bewortelingsdiepte hebben gewassen snel te lijden van vochttekort. Naast verdichtende lagen kunnen laagtes met veen ook verstorend werken op zowel de beworteling als de vochthuishouding van de bodem. Grondverbetering kan hierbij een uitkomst bieden. Het doel van deze praktijknetwerken is om kennis over deze problemen en oplossingen voor het opheffen van grondverdichting en storende lagen te delen. Binnen het praktijknetwerk wordt een beslisboom ontwikkeld die de akkerbouwer handvatten moet geven bij het verbeteren van zijn bodem.

Verslag bijeenkomst
12 Juni 2014 werd er een bijeenkomst gehouden op PPO Proefbedrijf ’t Kompas. Er waren 25 personen aanwezig, waarvan 11 akkerbouwers. Doel van de bijeenkomst was de teler informatie te geven over mogelijke oorzaken van bodemproblemen en mogelijke oplossingen. Daarnaast werden de resultaten van bodemkarteringen van een aantal Veenkoloniale percelen besproken en de plannen voor een demoproef diepe grondbewerking en een activiteit bodemkaravaan nader toegelicht.

Presentatie
Algemeen, oorzaken en gevolg
In de bijlage is de presentatie toegevoegd die tijdens de bijeenkomst gegeven werd door Everhard van Essen (Aequator Groen en Ruimte).

In de Veenkoloniën manifesteren zich met regelmaat natte plekken op landbouwpercelen. Mogelijke oorzaken zijn het voorkomen van storende lagen door natuurlijke bodemopbouw (met name veenlaagtes) of door machinale bewerking. Voornamelijk het laatste wordt veroorzaakt door verdichting met zware machines en werkzaamheden op het veld tijdens natte omstandigheden. Alterra (WUR) heeft een kaart van Nederland gemaakt waarin risico gebieden voor grondverdichting in beeld wordt gebracht. Daaruit bleek dat de Veenkoloniën een hoog risico op grondverdichting heeft.

De gevolgen zijn:

  • Opbrengstderving (10-30%)
  • Onzekerheid bij volgende oogstwerkzaamheden
  • Water op het land
  • Slechte benutting nutriënten en afspoeling ervan met eutrofiëring van het oppervlaktewater tot gevolg

Storende lagen kunnen grofweg in 3 categorieën ingedeeld worden: veenlagen, oerlagen en fijn zand/leem. Mogelijke oorzaken voor probleempercelen kunnen geïdentificeerd worden door de bodem te karteren. Daarbij kunnen verdichtende lagen worden opgespoord met behulp van een penetrometer. Johan Booij (PPO): met een penetrometer kan de indringingsweerstand van de bodem tot 80 cm diep worden bepaald. Wanneer deze indringingsweerstand boven een waarde van 3 MPa komt is er in principe geen beworteling meer mogelijk. Met de meetgegevens kan een kaart van het perceel worden gemaakt waar met kleuren wordt aangegeven waar op het perceel op welke diepte deze grenswaarde overschreden wordt. Deze kaart kan als hulpmiddel dienen bij de beslissing om plaats specifiek een grondbewerking uit te voeren. Echter, voor de interpretatie van de meetgegevens dient men de opbouw van de grond te beoordelen of verdichting de oorzaak is of dat er ook storende lagen voorkomen. De weerstand van een slecht doorlatende veenlaag is bijna altijd lager dan 3 MPa, terwijl water wel stagneert op deze laag. Het advies is om daarom eerst de schop in de grond te zetten en een visuele beoordeling te doen, al dan niet met een bodemkundig expert.

Oplossingen
Everhard van Essen: algemene oplossingen zijn:

  • Scherpwoelen, lostrekken van een verdichtende laag
  • Mengwoelen, mengen van een storende laag met grof zand in de onder/bovengrond. Goed opletten dat een leemhoudende laag niet naar boven wordt gebracht, deze verslechtert de waterhuishouding van de grond.
  • Egaliseren, koppen en dalen egaliseren, zodat water niet naar laagtes toestroomt (verslemping tot gevolg).
  • Spitten, lostrekken van verdichtende lagen en mengen van storende lagen.
  • Drainage, wegvoeren van overtollig water uit de bovengrond (door verzadiging), met name op die plekken waar de grondwaterstanden periodiek hoog zijn.

Op de proefboerderij zijn ook een aantal natte plekken onderzocht. Vanwege proeven en de tijdsplanning was het niet mogelijk om een veenlaagte te spitten en mengwoelen met de kraan. Wel is een proefperceel aangelegd met verschillende vormen van drainage. De eerste ervaringen hiermee zijn positief. De draagkracht is verbeterd. Tenslotte zijn de resultaten van een aantal praktijkpercelen gepresenteerd en oplossingen voor deze concrete casussen besproken.

Om een aantal oplossingen nader toe te lichten waren er specialisten uit het grondverzet en drainage uitgenodigd. Jan Mantingh (Mantingh grondverzet Gieterveen) is gespecialiseerd in het mengwoelen, scherpwoelen en egaliseren. Dit doet hij met gespecialiseerde werktuigen. Peter Scholte (Scholte grondverzet) is gespecialiseerd in spitten met de kraan. Bennie Nibourg (Combidrain) is gespecialiseerd in de aanleg van drainage.
Jan Mantingh gaf aan dat grondbewerking uitgevoerd dient te worden onder droge omstandigheden. Hij geeft vaak eerst het advies om de wijken uit te spitten en te verdiepen om het overtollige water van percelen af te voeren. Drainage kan hierbij ook helpen. Pas als de grondwaterstand voldoende gezakt is (1,5 – 2 meter) en de bodem droog genoeg is om voldoende draagkracht te bieden aan zijn machines, kan Mantingh grondverbetering uitvoeren. Vanwege weersomstandigheden (bodem te vochtig) en het teeltseizoen heeft hij daardoor maar een beperkt aantal werkbare dagen in een jaar.

Het eenduidig advies van de experts is om na een intensieve grondbewerking een korengewas te zaaien. De grond dient namelijk eerst tot rust te komen (in te zakken). Een diepwortelend gewas is nodig om wortelkanalen in te brengen en de grond los te houden. In de seizoenen erop zou de ondergrond voldoende poriën en kanalen moeten bevatten om ruimte te geven voor beworteling voor andere gewassen. Jan Mantingh: de wortels van bijvoorbeeld bieten houdt de grond van als vanzelf open. Wie zuinig op het bewerkte perceel is kan met 1 grondbewerking tientallen jaren mee. Wel dient er om de 4-8 jaar herwoeld te worden op gronden met een fijnere zandondergrond. Deze herverdichten veelal van nature.

Veldbezoek
Na de presentatie heeft de groep het veld bezocht. Op een 5-tal probleempercelen waren 5 kuilen gegraven met elk een totaal verschillende profielopbouw. Aan de hand van een visuele beoordeling gaven Jan van Berkum (bodemkundige bij Aequator), Jan Mantingh, Peter Scholte en Bennie Nibourg hun visie op de bodemopbouw en de mogelijke oplossingen op de specifieke percelen. Elk perceel behoeft maatwerk om tot een goede grondverbetering te komen.
Uit de gevoerde discussie blijken een aantal belangrijke aandachtstpunten:

  • Er is sprake van veel bodemverdichting, problemen die vaak simpel opgelost kunnen worden
  • Het is maatwerk, en afhankelijk van de bodemopbouw, welke oplossingen geboden kunnen worden
  • Soms zijn er meerdere oplossingen mogelijk
  • Het is belangrijk om eerst de bodemopbouw te beoordelen, om de juiste maatregel uit te voeren
  • Bij fijnzandige en lemige ondergronden is het extra opletten. Hier kan een diepe grondbewerking soms meer schade veroorzaken.

Plannen voor vervolg
Demo voor diepe grondbewerking
Komend najaar willen Aequator en PPO een demoproef diepe grondbewerking aanleggen op proefbedrijf ’t Kompas. Deze demo wordt gebruikt om het meerjarig effect van de grondverbetering op verschillende gewassen (gewasrotatie) te monitoren en te tonen aan de telers uit de Veenkoloniën. Aanvullende ideeën voor deze demo zijn altijd welkom.

Bodemdag
Op 28 augustus 2014 wordt op proefbedrijf ’t Kompas een praktijkdag Bodem en verdichting georganiseerd, met aandacht voor het beperken van stuifschade, het opheffen van bodemverdichting en de systeemproef bodemkwaliteit. Waterhuishouding en drainage spelen daarbij ook een rol. Voor verdere informatie kijk op de website van Wageningen UR.

Bodemkaravaan/spitdaten
In het begin van het najaar organiseren we een bodemkaravaan om met agrariërs een aantal percelen verspreid over het gebied te bezoeken. Het betreft percelen met verschillende problemen en/of waar een grondbewerking op is uitgevoerd. Bodemexperts zullen hun visie op de profielopbouw geven terwijl de teler zijn ervaringen over het perceel in relatie tot het gewas en de opbrengsten vertelt. Wij zijn nog op zoek naar interessante percelen waar een grondverbetering op is uitgevoerd of in de huidige situatie problemen geven. Deze proberen wij dan in te plannen voor een bezoek tijdens de bodemkaravaan. Heeft u een specifiek en interessant perceel, of een perceel waar u advies voor wil ontvangen? Een bodemdeskundige onderzoekt dan de percelen, waarna we deze in het praktijknetwerk gezamenlijk gaan bespreken. Heeft u interesse, graag een reactie naar johan.booij@wur.nl.
Aanvullende informatie over dit praktijknetwerk in het algemeen en de bodemkaravaan in het bijzonder zullen te zijner tijd op de website van Innovatie Veenkoloniën verschijnen. Wij houden u op de hoogte.

Presentatie Aequator en PPO
Artikel Han Reindsen