Datum
26 september 2013

Samen sterk

Het doel van dit praktijknetwerk is om de samenwerking tussen akkerbouw en veehouderijbedrijven te optimaliseren op het gebied van mineralenbenutting en grondgebruik. Zo wordt de totale mineralenkringloop van de samenwerkende bedrijven verder gesloten.


Het netwerk gaat daarvoor op zoek naar een methode waarbij administratie en planning vergemakkelijkt kunnen worden bij samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij, binnen de huidige regelgeving. Het netwerk richt zich hierbij alleen op de samenwerking m.b.t. grondgebruik, bemesting en de teelt van gewassen. DLV begeleidt dit praktijknetwerk waarin ook LTO noord en CAH Dronten participeren

Februari 2014:

Voor realiseren van een uitgebalanceerde mineralen balans voor een aantal samenwerkende ondernemers uit Nooitgedacht in de Veenkoloniën heeft een student van CAH Dronten een computermodel geschreven. In 2014 zal duidelijk zijn of het programma de gewenste mineralenstromen levert. In het computermodel is onder andere rekening gehouden met de bouwplanplanning, de hoeveelheid mest, het gebruik van akkerbouwgewassen als ruwvoer en krachtvoer, de randvoorwaarden van het mestbeleid per 1 januari 2014 en het GLB vanaf 2015. De samenwerking bevat drie bedrijven; twee melkveehouders en een gemengd bedrijf van akkerbouw en pluimvee.

UITROL

In de uitwerking van het computermodel voor de bouwplanplanning komen ook zaken naar voren als: vergroeningseis vanuit GLB, onkruidbestrijding en aaltjesproblematiek. Ook zal gekeken worden in hoeverre de samenwerking ook een juridische entiteit moet gaan vormen om aan de wettelijke mestverplichtingen te kunnen voldoen. De meerwaarde van het model moet zijn dat snel inzichtelijk wordt of een ondernemer voldoet aan de GLB-voorwaarden, derogatie en gewenste rotatie. Daarnaast moet de mineralen efficiëntie vergroot worden. In eerste instantie vullen de melkveebedrijven daarom ook de KringloopWijzer in. Vervolgens zal op basis van de uitkomsten eventueel aanvullende maatregelen genomen worden. De resultaten van het netwerk “Samen Sterk” zijn van belang voor andere bestaande samenwerkende bedrijven. Maar kunnen ook als aanjager dienen om samenwerking tussen akkerbouw en veeteelt te bevorderen.

Op 30 juni 2015 is Samen Sterk afgesloten. Welke lessen zijn er geleerd op het gebied van mineralenefficiency bij het samenwerken van akkerbouw en veehouder?

Het volledige verslag is hier te lezen.

Zoekwoorden: mineralenkringloop, samenwerking, veehouderij, bodemverbetering

Afronding Samen Sterk in praktijk

In augustus 2013 startte het praktijknetwerk Samen Sterk in opdracht van Maatschap Berkepies en Berkepies-Hadders uit de Veenkoloniën. Op 30 juni 2015 is Samen Sterk afgesloten. Welke lessen zijn er geleerd op het gebied van mineralenefficiency bij het samenwerken van akkerbouw en veehouder?

Lees hier het volledige verslag.

Snijmaïsteelt uitbesteden aan akkerbouw positief voor veehouder én akkerbouwer

11 december 2014 - Binnen het praktijknetwerk ‘Samen Sterk’ wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een optimale samenwerking tussen de melkveehouderij en de akkerbouw om de mineralenkringloop te verbeteren. Hiervoor zijn demo’s aangelegd: een demo bemesting snijmaïs met verschillende (kunst)mestsoorten en toediening én inzaai van verschillende groenbemesters in relatie tot aaltjesvermeerdering.


De hoogste snijmaïsopbrengst in KVEM/ha is verkregen met toediening van een kunstmestfosfaat. Dit kan  op een akkerbouwbedrijf verbouwd worden, goed voor de melkveehouder én voor de ruimere rotatie voor de akkerbouwer. Melkveehouders die zelf maïs willen telen kunnen de meeste opbrengst behalen door de drijfmest in de rij toe te dienen. In het voorjaar 2015 is meer bekend over de uitkomsten van de groenbemestersproeven.

De bemestingsnormen worden steeds verder verlaagd en sinds 2014 mogen melkveehouders met derogatie geen kunstmestfosfaat meer toepassen.

Bemestingsmethode en rendement
Om na te gaan welke bemestingsmethode (volvelds of rijenbemesting) en welke (kunst)meststof het beste rendement oplevert heeft Samen Sterk twee demovelden aangelegd. Bij de oogst is de opbrengst per hectare gewogen en zijn per demoveld de voederwaarden geanalyseerd. De resultaten zijn zichtbaar in figuur 1. Hieruit blijkt dat de meeste opbrengst gemeten in KVEM/ha verkregen wordt bij toediening van kunstmestfosfaat.

Melkveehouders met een derogatie aanvraag kunnen de snijmaïsteelt beter uitbesteden aan een akkerbouwer. Door het telen van snijmaïs kunnen akkerbouwers een ruimere gewasrotatie realiseren. Derogatiebedrijven die zelf maïs blijven telen kunnen de meeste opbrengst behalen door de drijfmest in de rij toe te dienen. Maïs met I-seed coating kwam hierbij het beste naar voren.

Figuur 1: Gemiddelde KVEM opbrengst van de twee demo’s per hectare met volvelds en GPS bemesting (rijenbemesting) met verschillende kunstmestsoorten

Figuur 1: Gemiddelde KVEM opbrengst van de twee demo’s per hectare met volvelds en GPS bemesting (rijenbemesting) met verschillende kunstmestsoorten

KringloopWijzer en samenwerking
Veehouders met een fosfaatoverschot zijn per 1 januari 2015 verplicht om de KringloopWijzer in te vullen. In het netwerk Samen Sterk staat het streven naar een gesloten mineralensysteem voor meerdere bedrijven centraal. De resultaten van de demovelden zijn ook gerelateerd aan de effecten op de KringloopWijzer. Daarvoor is gekeken naar de stikstof (N) en fosfaat (P) benutting. In onderstaande tabel zijn de gemiddelde totale (drijfmest en kunstmest) giften van stikstof en fosfaat afgezet tegen de gewasopbrengsten en zo is de mineralenbenutting berekend.

 

VV Physio

VV  Iseed

VV Referentie

GPS Physio

GPS Iseed

GPS Referentie

N-gift totaal

224

218

218

201

198

198

N-opbrengst gewas

208

213

229

229

234

197

N-benutting

93%

98%

105%

114%

118%

100%

P2O5-gift totaal

84.2

78.0

87.8

84.2

78.0

78.0

P2O5-opbrengst gewas

76.8

71.5

95.1

93.6

94.5

82.5

P2O5-benutting

91%

92%

108%

111%

121%

106%


 
Tabel 1. Fosfaat – en stikstofbenutting demo’s Samen Sterk

De beste benutting van beide mineralen wordt bereikt door gebruik te maken van rijenbemesting en maïs met Iseed coating.

Demo groenbemesters
Het praktijknetwerk Samen Sterk heeft in 2014 ook een demo Groenbemesters gerealiseerd. Er is onderzocht welke groenbemester het beste geteeld kan worden als de maïsteelt uitbesteed wordt. aan een akkerbouwer in een samenwerkingsverband. Groenbemesters kunnen aaltjes vermeerderend werken dus daarom is het belangrijk om de beste keuze te maken. In de demo zijn Italiaans Raaigras en Rietzwenkgras tegelijkertijd met de maïs ingezaaid om zo te onderzoeken welk vanggewas het best gebruikt kan worden in relatie tot de aaltjesproblematiek en het behoud van stikstof in de bodem. Het doel van inzaaien van een groenbemester is het verminderen van uitspoeling van stikstof in de winter. Het inzaaien van groenbemesters kan op twee verschillende momenten. Namelijk direct na de maïsoogst of als onderzaai in de al gezaaide en groeiende maïs. De groenbemester oftewel vanggewas moet tot 1 februari op het land blijven.

Italiaans Raaigras
Om concurrentie met de maïs te voorkomen is het van belang om het Italiaans Raaigras zo laat mogelijk te zaaien. Dit heeft als nadeel dat de kans op beschadiging van de maïs tijdens het zaaien aanwezig is. De kans op een succesvol vanggewas is groot doordat dit een beproefde methode betreft. Deze methode werkt positief voor het vangen van stikstof en verbeteren van het organische stofgehalte van de bodem. Volgens het aaltjesschema 2014 van PPO werkt Italiaans Raaigras echter aaltjes vermeerderend, wat problemen kan opleveren als een akkerbouwer het opvolgende jaar aardappelen op dit perceel wil telen.

Rietzwenk
Het zaaien van het Rietzwenk kan direct rond het maïs zaaien. Voordeel hiervan is dat de maïsplanten niet beschadigd kunnen worden en het tijdstip van de werkzaamheden beter te plannen zijn. Een groot aandachtspunt is de eventuele concurrentie van het Rietzwenk met de maïs. Kies daarom voor een traag ontwikkelend ras. Ook de hoeveelheid zaaizaad per hectare dient krap aangehouden te worden. Tot slot is een goede bespuiting met een bodemherbicide noodzakelijk. Het Rietzwenk krijgt hierdoor een flinke groeivertraging. Op het demoveld stond het Rietzwenk er zelfs geel bij, maar dit trok later wel weer weg. Op plekken waar de maïs minder goed is aangeslagen is desondanks toch flinke concurrentie opgetreden met de maïs, wat ten koste ging van de opbrengst aan snijmaïs. Gesteld kan worden dat ook deze methode goed is geslaagd. Over het effect op aaltjes is nog niet veel te melden, aangezien de laatste monsters pas volgend jaar gestoken kunnen worden.

Conclusie demo groenbemesters
We weten als dat een vanggewas tijdens of voor de maïsteelt zaaien een betere kans op een geslaagd vanggewas geeft en daarmee een goede stikstofbinding. Daarnaast draagt het bij aan de verbetering van het organische stofgehalte van de bodem. Een aandachtspunt is eventuele concurrentie met de maïs. Ook de arbeidsplanning kan een motivatie zijn om voor een van beide methoden te kiezen. Italiaans Raaigras werkt aaltjes vermeerderend volgens het Aaltjesschema 2014 van PPO. Het effect van Rietzwenk op aaltjes is nog niet bekend en wordt binnen dit praktijknetwerk verder onderzocht door het meten van aaltjes voor inzaai, direct na de oogst en in komend voorjaar. Maar voor beide geldt dat het positieve effect van een goede stikstofbinding en het op peil houden van het organische stofgehalte wel eens groter voordeel op kan leveren als het nadeel van aaltjes op een volgend gewas.

Samen Sterk zoekt ondernemers
De agrarische sector werkt aan een gezonde mineralenbalans door een overschot van mineralen te voorkomen of door een overschot te verwerken. Ook ontstaan samenwerkingsverbanden tussen akkerbouwers en veehouders om een gesloten mineralensysteem te realiseren. Zo is ook het praktijknetwerk “Samen Sterk” ontstaan. De samenwerking bevat drie bedrijven; twee melkveehouders en een gemengd bedrijf van akkerbouw en pluimvee uit Nooitgedacht in de Veenkoloniën. DLV begeleidt het praktijknetwerk, waarin ook LTO Noord en CAH Dronten participeren. Steeds meer ondernemers zijn geïnteresseerd in samenwerking met andere sectoren en willen graag gebruik maken van het ontwikkelde bouwlandplanningsmodel. Voor meer informatie kunt u contact zoeken met Freerk Oudman via f.oudman@dlv.nl / 06-51 58 71 32

Ondernemers gezocht voor samenwerking akkerbouw en veeteelt

Binnen het praktijknetwerk “Samen Sterk”, wordt door de deelnemers gekeken naar de mogelijkheden tot samenwerking tussen de akkerbouwer en pluimveehouder Tinus Berkepies, de veehouders Gert-Jan Warringa, Geert Warringa en Henk Berkepies. De bedrijven liggen in het Drentse Nooitgedacht.


Samenwerking biedt kansen voor beide sectoren door het mestbeleid, het GLB en de opbrengsten van het land. Daarbij kunt u denken aan:

  • Akkerbouwers krijgen meer ruimte in het teeltplan door ook het land van veehouders mee te laten rouleren.
  • Veehouders krijgen de mogelijkheid op een goede en voordelige manieren hun grasland te vernieuwen; de grondbewerking is gedaan en in het voorjaar kan gezaaid worden.

Aandachtspunten voor een samenwerking zijn:

  • De belangen van de afzonderlijke bedrijven binnen de samenwerking moeten gerespecteerd worden.
  • GLB en mestbeleid kunnen ook de samenwerking bemoeilijken.

In het praktijknetwerk ‘Samen Sterk’ zoeken we naar de optimale mogelijkheden van samenwerking.

Voor de samenwerkende bedrijven is een bouwlandplanningsmodel ontwikkeld om te zorgen voor een optimaal bouwplan. De bedrijven kunnen de percelen inbrengen die zij in de samenwerking willen gebruiken. Vervolgens rekent het model het meest ideale teeltplan uit.

Rekenfactoren zijn:

  • de steeds krapper wordende gebruiksnormen binnen het mestbeleid;
  • de aaltjesproblematiek op zandgrond;
  • GLB;
  • derogatie.

Ondernemers gezocht

Voordat we het model breed in gaan zetten, willen we het model bij meerdere bedrijven testen. Bent u geïnteresseerd? Geeft u zich dan op bij Freerk Oudman via f.oudman@dlv.nl. Het streven is een optimaal bouwplan, het uitproberen waard!

Demovelden

Om de mogelijkheden van vanggewassen en verschillende bemestingsmethoden in kaart te brengen en verder uit te diepen zijn binnen het praktijknetwerk een aantal demovelden opgezet:

  • Op twee demovelden wordt de drijfmest bij snijmaïs in de rij gegeven. Binnen dit demoveld wordt tevens gekeken naar effecten van het gebruik van Iseed en Physiostart;
  • Op een demoveld wordt drijfmest in de rij aangelegd voor de teelt van aardappelen;
  • Op twee demovelden zijn verschillende vanggewassen in combinatie met snijmaïs gezaaid.
    Doel hierbij is te kijken naar het effect van de vanggewassen op aaltjes en het uitproberen van relatief nieuwe methode van inzaaien van de vanggewassen. Er is gekozen voor twee verschillende soorten gras én verschillend moment van inzaaien van het vanggewas.
    • De Proteira is een rietzwenk gras welke direct tegelijk met de maïs gezaaid wordt.
    • De Intermezzo is een Italiaans raaigras welke gezaaid wordt als de maïs 40-50 cm hoog is en het gewas begint te sluiten.

Voordeel van beide methoden is dat het vanggewas niet meer na de maïsoogst gezaaid hoeft te worden, aangezien de ervaring is dat dit vaak moeizaam gaat vanwege de weersomstandigheden en het uiteindelijke resultaat veel beter kan. Tevens zorgt het zaaien van gras onder maïs voor het verminderen van nitraatuitspoeling en een verhoging van het organisch stofgehalte van de bodem. Op proefbedrijf De Marke is de uitspoeling van stikstof in de vorm van nitraat hierdoor gehalveerd.

In de loop van het groeiseizoen zal een of meerdere demodagen georganiseerd worden voor de agrarische sector. U kunt dan de demovelden bezoeken en/of meer te weten te komen over samenwerking tussen akkerbouw en veehouderij.

Door middel van foto’s kunt u het proces (binnenkort) ook volgen.