Datum
24 september 2013

Sturen met organische stof in de Veenkoloniën

Binnen het praktijknetwerk wordt kennis ontwikkeld over duurzaam bodembeheer bij een intensief bouwplan en op veenkoloniale gronden in relatie tot opbrengstzekerheid, klimaatveranderingen en bodembiodiversiteit.


Dit gebeurt door aan de slag te gaan met maatregelen ter verbetering van de bodemkwaliteit op de percelen van betrokken boeren. Verder wordt er naar antwoorden gezocht op diverse vragen rond organische stofbalans, inzet van compost, soort compost en overige organische stofbronnen, bodembiodiversiteit, waterhuishouding, grondbewerking, samenwerking akkerbouw-veehouderij.

Zoekwoorden: organische stofgehalte, compost, bodembiodiversiteit, waterhuishouding, grondbewerking, samenwerking akkerbouw-veehouderij

Bodemscan als basis voor een integraal bodemkwaliteitsplan - themadag vruchtbare bodem Valthermond

Ruim 200 bezoekers trok de themadag ‘Hoe houden we de bodem vruchtbaar’, afgelopen donderdag 18 juni op proefbedrijf ’t Kompas in Valthermond. Tijdens de workshop vanuit de praktijknetwerken ‘Sturen met organische stof in de Veenkoloniën’ en ‘Veldleeuwerik Veenkoloniën’ namen Marleen Zanen en Leen Janmaat (Louis Bolk Instituut) de aanwezigen mee de bodem in en gingen zij de discussie aan over de kwaliteit van organische stof.

 

Lees hier het complete verslag.

Factsheet Organische stof in de Veenkoloniën

Het Louis Bolk Instituut heeft een factsheet ontwikkeld met praktische informatie over de bodemorganische stof in de Veenkoloniën.


Er wordt ingegaan op diverse aspecten van organische stof: wat is het, welke rol heeft het en hoe kan het organische stofgehalte in de bodem op peil worden gehouden? Deze factsheet is tot stand gekomen in het kader van het Praktijknetwerk Sturen met organische stof in de Veenkoloniën.

Download hier de factsheet ‘Sturen met organische stof in de Veenkoloniën’

'Sturen met Organische stof' een succes

Interactieve bijeenkomst over organische stof in de bodem op 19 februari 2015: uitwisseling van ervaring en kennis. Bijeenkomst gemist? Lees het verslag en bekijk de presentaties.


In Drenthe en Groningen wordt door verschillende groepen akkerbouwers hard gewerkt aan verbetering van de bodemkwaliteit, een steeds belangrijker onderdeel van de bedrijfsvoering. Op 19 februari 2015 zijn in Noord-Sleen op de praktijkbijeenkomst 'Sturen met organische stof' ervaringen uitgewisseld en kennis gedeeld door collega's en experts.

Kennis opdoen
De bijeenkomst spitste zich toe op thema's als:  Welke rol spelen organische mest- en reststoffen bij bodemkwaliteit? Welke tools kan je benutten? Hoe creëer je ruimte voor voldoende aanvoer van OS? Welk product past? Wat betekent dat voor de aanvoer van nutriënten? Met welke ontwikkelingen moet je rekeningen houden (EU, KRW, GLB)? Wat leveren concrete maatregelen op en leg je de focus op het systeem of op symptomen? Het eindverslag van de bijeenkomst kan worden gedownload, evenals de gehouden powerpoint-presentaties.

De bijeenkomst was georganiseerd door het Louis Bolk Instituut (PNW Sturen met organische stof in de veenkoloniën) en Nutriënten Management Instituut (PNW Toolkit sluiten van regionale mineralenkringlopen). In deze projecten staat bodemkwaliteit centraal en is nadrukkelijk aandacht voor de rol van organische stof en het sluiten van organische stofstromen.
 

Poster voor Netwerkbijeenkomst 2 december 2014

Bekijk hier de pdf-versie van de poster welke gemaakt is voor de Netwerkbijeenkomst van 2 december.

Biobased Economy, dichterbij dan je denkt!

Op 16 juni j.l. kwamen Drentse akkerbouwers, provinciale ambtenaren en experts bij elkaar voor een ronde-tafelgesprek over de kansen van een Biobased Economy en het sluiten van regionale kringlopen in de provincie Drenthe. Aanleiding voor de bijeenkomst was de nota ‘Drenthe koerst naar een Biobased Economy’.


De middag werd georganiseerd door adviesbureau Bioclear in opdracht van de provincie Drenthe en het Praktijknetwerk Sturen met organische stof in de Veenkoloniën.

De eindigheid van fossiele brandstoffen komt in zicht en de maatschappij is op zoek naar alternatieven. Dit biedt kansen voor de agrarische sector, die op dit moment kampt met een sterk veranderend Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB), dat gevolgen heeft voor de inkomsten van boeren.  De urgentie om alternatieve inkomstenbronnen te vinden wordt groter.

Een veelbelovende oplossing is de Biobased Economy (BBE). Daarbij wordt biomassa het fundament van de economie. ‘Drenthe was turf, Drenthe is gas en olie en Drenthe wordt gewas’, aldus het promofilmpje voor Noordoost Nederland. BBE biedt nieuwe kansen voor de agrosector én de chemische industrie rondom Emmen. Maar er moet ook oog zijn voor de gevolgen voor bodemvruchtbaarheid.

Bioclear presenteerde een aantal voorbeelden waaronder de teelt van nieuwe gewassen zoals vingerhoedskruid voor de farmaceutische industrie en het winnen van eiwit uit suikerbietenblad. Er zijn allerlei technologische ontwikkelingen gaande waardoor het steeds makkelijker wordt om stoffen uit biomassa te halen. De gekozen technologie heeft effect op de kwaliteit van het restproduct dat terug naar de bodem kan. Al snel ging de discussie over het kostenplaatje voor de akkerbouwer en de effecten van het verwijderen van effectieve organische stof van het land en de kwaliteit van reststoffen  en de gevolgen daarvan op de organische stofbalans en het bodemleven. Vanuit de PPS BE-Basic wordt door Bioclear o.a. gewerkt aan een afwegingsmodel ter ondersteuning voor de te maken keuzes door de agrariër. De akkerbouwers gaven ook aan dat, als er dan restproducten worden ingezet, die dan bij voorkeur gebruiksruimte-vrij zouden moeten zijn, anders wordt toepassing een probleem.

Volgens Marleen Zanen, bodemonderzoeker bij het Louis Bolk Instituut is Biobased Economy an sich geen nieuw concept: het sluiten van de regionale kringlopen en het betrekken van organisch materiaal uit de omgeving werd eeuwen geleden al door akkerbouwers gedaan in kringloop met de veehouderij. Door kunstmest en import van veevoer zijn deze relaties verdwenen. De uitdaging zit hem erin om het oude kringloopconcept in te passen in de moderne, rendabele bedrijfsvoering. Goed voorbeeld is het benutten van slootmaaisel of natuurgras. Het vormt een extra aanvoer van organisch materiaal in de akkerbouw terwijl waterbeheerders dergelijk maaisel anders tegen kosten zouden moeten afvoeren. Zowel vanuit het Louis Bolk Instituut als vanuit ANV Drenthe is er veel kennis en praktijkervaring met maaisel al dan niet na compostering.  Dat de regelgeving de afgelopen jaren versoepeld is, heeft hieraan bijgedragen.

Voor deelnemers is duidelijk geworden dat de Biobased Economy eigenlijk veel dichterbij is dan je zou denken. Deze vruchtbare startbijeenkomst krijgt in november een vervolg waarbij ook de keten (AVEBE, COSUN) uitgenodigd wordt om deel te nemen.