Veldleeuwerik Veenkoloniën

Als veldleeuwerik telers in de Veenkoloniën is ons doel te ontdekken hoe we met een duurzaam bodembeheer in de praktijk kunnen omgaan met veranderingen door klimaat. Welke rol de bodembiodiversiteit speelt en hoe een effectief mineralenmanagament in de bodem beter kunnen worden benut t.b.v. een duurzaam beheer en duurzame waardevermeerdering in de sector.

Kernwooorden: Organische stof, mineralen, bodembiodiversiteit

Bodemscan op maat ontwikkeld voor Veenkoloniën

Het Louis Bolk Instituut heeft samen met telers in de Veenkoloniën een methode ontwikkeld om de bodem te beoordelen. Deze methodiek wordt beschreven in de brochure ‘Bodemscan zand- en dalgronden’. Zowel bodemvruchtbaarheid, als waterhuishouding, grondbewerking en groenbemesters komen aan bod.


Getest in de praktijk
De bodembeoordeling uit de brochure is uitgebreid getest en positief beoordeeld door diverse akkerbouwers uit de praktijk. “Dankzij onze  intensieve samenwerking  met deelnemers van Veldleeuwerik blijken we een zeer effectieve bodembeoordeling  ontwikkeld te hebben”, constateert projectleider Chris Koopmans. Hij verwacht dat akkerbouwers uit Drenthe en Groningen direct met de bodembeoordeling  aan de slag kunnen. Dat komt zeker ook de gewasopbrengst ten goede.

Aandacht voor verdroging, uitspoeling en verminderde bodemvruchtbaarheid
De Veenkoloniale gronden staan bekend om hun kwetsbaarheid rond verdroging en uitspoeling van nutriënten. Ook de bodemvruchtbaarheid vermindert. Toch kunnen akkerbouwers het tij keren, door bijvoorbeeld  op een andere manier naar drainage te kijken, of storende lagen in de bodem op te sporen. Meerdere bodemscans uitvoeren tijdens het groeiseizoen voorkomt schade nadien.

De brochure kan ook leiden tot gesprekken met collega’s en adviseurs over verdergaande maatregelen rond duurzaam bodembeheer. De informatie biedt  de teler de mogelijkheid om zelf tot inzicht te komen en bewustere keuzes te maken. Daarvoor is het nodig om ook écht de bodem in te duiken.

Brochure bestellen en downloaden
De brochure “Bodemscan zand- en dalgronden” , geschreven door Chris Koopmans, Marleen Zanen en Coen ter Berg , bevat een helder stappenplan voor de akkerbouwer in de Veenkoloniën, die werk wil maken van zijn bodem. Download de PDF via http://www.louisbolk.org/downloads/2986.pdf of www.veldleeuwerik.nl of bestel de hard copy  tegen verzendkosten via www.louisbolk.nl/publicaties,  bestelnummer2015-013 LbP

Over het project Veldleeuwerik Veenkoloniën
De brochure is tot stand gekomen  in het kader van het praktijknetwerk Veldleeuwerik Veenkoloniën met bijdragen van telers, Stichting Veldleeuwerik, het Louis  Bolk Instituut en gefinancierd door het Ministerie van Economische Zaken en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling: Europa investeert in zijn platteland.

Over het Louis Bolk Instituut
Het Louis Bolk Instituut is een internationaal onafhankelijk kennisinstituut ter bevordering van écht duurzame landbouw, voeding en gezondheid. Belangrijke opdrachtgevers zijn onder andere het Ministerie van EZ, provincies, waterschappen, natuurbeherende organisaties en het bedrijfsleven. .Opdrachtgevers waarderen onze integrale visie op duurzame landbouw, voeding en gezondheid en ons vermogen om praktische kennis en adviezen te bieden die leiden tot een duurzame en gezonde groei van mens, dier, plant en bodem. Kijk voor meer informatie over actuele projecten op www.louisbolk.nl .

Veldleeuwerik leert bodem beoordelen

April 2014 - Duurzame ontwikkeling en een duurzame waardevermeerdering in de sector zijn een kans maar ook een voorwaarde om de doelstellingen in de regio te halen. ‘’Het verhogen van opbrengsten gaat ons lukken wanneer we duurzaam en goed met onze bodems weten om te gaan’’ verwoord één van de telers de inzet.


“We zien kansen door ons te richten op onze bodems: organische stofmanagement, mineralenmanagement en bemesting, het effectief benutten van de bodembiodiversiteit waar we nog nauwelijks gericht mee werken”.

Het zelf leren beoordelen van de bodem op het eigen bedrijf staat centraal in het praktijknetwerk Veenkoloniën. Hiervoor is een beoordelingskader ontwikkeld met een Bodemscan die ons moet helpen onze eigen bodem op de bedrijven te beoordelen als basis voor een duurzame bedrijfsvoering. Daarbij komen vragen op ons af: wat zien we nu eigenlijk, wat betekent dit en welke maatregelen passen daarbij om tot een meer duurzame en meer productieve teelt te komen?.

Op het bedrijf van Bertus de Vries beoordeelden deelnemers in een bijeenkomts bijvoorbeeld Japanse Haver die een  een gunstige extra intensieve beworteling vertoond bij lagere stikstofgiften. In de hogere  giften lijkt er meer bovengrondse massa te ontwikkelen maar blijven de wortels achter. Rond het maatregelenmanagement volgde een discussie hoe om te gaan met een dichtere laag onder in de bouwvoor (25-50 cm diep). De conclusie op deze veenrijke maar bonte dalgrond was om de laag met rust te laten aangezien de veenresten niet storend werken en de laag doordringbaar blijft voor de wortels. De inzet van groenbemesters in combinatie met de graanteelt doet het beste recht aan deze grond en is ook een antwoord op de vraag ‘hoe de dode organische stof van het veen vooral weer actief te krijgen’.

Op een andere bijeenkomst in tweede Exloermond werd de bodem onder verschillende groenbemesters in het demoveld op het bedrijf van Frank Mensen beoordeeld. Ook hier veel aandacht voor de beworteling en met name de verschillen tussen de groenbemesters waaronder Caliente, een mix van twee mosterdvariëteiten geschikt voor biofumigatie, de Japanse haver, maar ook Zwaardherik Nemat. Naast de diepte van de groenbemester lijkt met name de bewortelingsintensiteit voor een gunstige bodemontwikkeling van belang. Ook hier kwam de Japanse haver als meest gunstige bewortelaar naar voren.

Heel anders is de problematiek op de zandgronden in de regio. Niet alleen de intensiteit van het bouwplan vraagt aanpassing maar ook de bewerkbaarheid van de bodem is hier essentieel. De bouwvoor maximaal bewortelbaar houden is hier de uitdaging. Dit wordt mede mogelijk door bewerkingen die de grond niet te fijn wegleggen en het consequent aanvoeren van levende organische stof in de vorm van groenbemesters en organische mest.

In het  vervolgtraject gaan ondernemers dit voorjaar hun eigen bedrijven beoordelen aan de hand van het beschikbaar gestelde beoordelingskader. Hiermee is ervaring opgedaan. Het zelf beoordelen van de grond en bespreking ervan in de groep is de uitdaging van 2014.

Praktijknetwerk Veldleeuwerik Veenkolonien

Bodemscan als basis voor een integraal bodemkwaliteitsplan - themadag vruchtbare bodem Valthermond

Ruim 200 bezoekers trok de themadag ‘Hoe houden we de bodem vruchtbaar’, afgelopen donderdag 18 juni op proefbedrijf ’t Kompas in Valthermond. Tijdens de workshop vanuit de praktijknetwerken ‘Sturen met organische stof in de Veenkoloniën’ en ‘Veldleeuwerik Veenkoloniën’ namen Marleen Zanen en Leen Janmaat (Louis Bolk Instituut) de aanwezigen mee de bodem in en gingen zij de discussie aan over de kwaliteit van organische stof.

 

Lees hier het complete verslag.