Datum
23 december 2014

Snijmaïsteelt uitbesteden aan akkerbouw positief voor veehouder én akkerbouwer

11 december 2014 - Binnen het praktijknetwerk ‘Samen Sterk’ wordt gekeken naar de mogelijkheden voor een optimale samenwerking tussen de melkveehouderij en de akkerbouw om de mineralenkringloop te verbeteren. Hiervoor zijn demo’s aangelegd: een demo bemesting snijmaïs met verschillende (kunst)mestsoorten en toediening én inzaai van verschillende groenbemesters in relatie tot aaltjesvermeerdering.


De hoogste snijmaïsopbrengst in KVEM/ha is verkregen met toediening van een kunstmestfosfaat. Dit kan  op een akkerbouwbedrijf verbouwd worden, goed voor de melkveehouder én voor de ruimere rotatie voor de akkerbouwer. Melkveehouders die zelf maïs willen telen kunnen de meeste opbrengst behalen door de drijfmest in de rij toe te dienen. In het voorjaar 2015 is meer bekend over de uitkomsten van de groenbemestersproeven.

De bemestingsnormen worden steeds verder verlaagd en sinds 2014 mogen melkveehouders met derogatie geen kunstmestfosfaat meer toepassen.

Bemestingsmethode en rendement
Om na te gaan welke bemestingsmethode (volvelds of rijenbemesting) en welke (kunst)meststof het beste rendement oplevert heeft Samen Sterk twee demovelden aangelegd. Bij de oogst is de opbrengst per hectare gewogen en zijn per demoveld de voederwaarden geanalyseerd. De resultaten zijn zichtbaar in figuur 1. Hieruit blijkt dat de meeste opbrengst gemeten in KVEM/ha verkregen wordt bij toediening van kunstmestfosfaat.

Melkveehouders met een derogatie aanvraag kunnen de snijmaïsteelt beter uitbesteden aan een akkerbouwer. Door het telen van snijmaïs kunnen akkerbouwers een ruimere gewasrotatie realiseren. Derogatiebedrijven die zelf maïs blijven telen kunnen de meeste opbrengst behalen door de drijfmest in de rij toe te dienen. Maïs met I-seed coating kwam hierbij het beste naar voren.

Figuur 1: Gemiddelde KVEM opbrengst van de twee demo’s per hectare met volvelds en GPS bemesting (rijenbemesting) met verschillende kunstmestsoorten

Figuur 1: Gemiddelde KVEM opbrengst van de twee demo’s per hectare met volvelds en GPS bemesting (rijenbemesting) met verschillende kunstmestsoorten

KringloopWijzer en samenwerking
Veehouders met een fosfaatoverschot zijn per 1 januari 2015 verplicht om de KringloopWijzer in te vullen. In het netwerk Samen Sterk staat het streven naar een gesloten mineralensysteem voor meerdere bedrijven centraal. De resultaten van de demovelden zijn ook gerelateerd aan de effecten op de KringloopWijzer. Daarvoor is gekeken naar de stikstof (N) en fosfaat (P) benutting. In onderstaande tabel zijn de gemiddelde totale (drijfmest en kunstmest) giften van stikstof en fosfaat afgezet tegen de gewasopbrengsten en zo is de mineralenbenutting berekend.

 

VV Physio

VV  Iseed

VV Referentie

GPS Physio

GPS Iseed

GPS Referentie

N-gift totaal

224

218

218

201

198

198

N-opbrengst gewas

208

213

229

229

234

197

N-benutting

93%

98%

105%

114%

118%

100%

P2O5-gift totaal

84.2

78.0

87.8

84.2

78.0

78.0

P2O5-opbrengst gewas

76.8

71.5

95.1

93.6

94.5

82.5

P2O5-benutting

91%

92%

108%

111%

121%

106%


 
Tabel 1. Fosfaat – en stikstofbenutting demo’s Samen Sterk

De beste benutting van beide mineralen wordt bereikt door gebruik te maken van rijenbemesting en maïs met Iseed coating.

Demo groenbemesters
Het praktijknetwerk Samen Sterk heeft in 2014 ook een demo Groenbemesters gerealiseerd. Er is onderzocht welke groenbemester het beste geteeld kan worden als de maïsteelt uitbesteed wordt. aan een akkerbouwer in een samenwerkingsverband. Groenbemesters kunnen aaltjes vermeerderend werken dus daarom is het belangrijk om de beste keuze te maken. In de demo zijn Italiaans Raaigras en Rietzwenkgras tegelijkertijd met de maïs ingezaaid om zo te onderzoeken welk vanggewas het best gebruikt kan worden in relatie tot de aaltjesproblematiek en het behoud van stikstof in de bodem. Het doel van inzaaien van een groenbemester is het verminderen van uitspoeling van stikstof in de winter. Het inzaaien van groenbemesters kan op twee verschillende momenten. Namelijk direct na de maïsoogst of als onderzaai in de al gezaaide en groeiende maïs. De groenbemester oftewel vanggewas moet tot 1 februari op het land blijven.

Italiaans Raaigras
Om concurrentie met de maïs te voorkomen is het van belang om het Italiaans Raaigras zo laat mogelijk te zaaien. Dit heeft als nadeel dat de kans op beschadiging van de maïs tijdens het zaaien aanwezig is. De kans op een succesvol vanggewas is groot doordat dit een beproefde methode betreft. Deze methode werkt positief voor het vangen van stikstof en verbeteren van het organische stofgehalte van de bodem. Volgens het aaltjesschema 2014 van PPO werkt Italiaans Raaigras echter aaltjes vermeerderend, wat problemen kan opleveren als een akkerbouwer het opvolgende jaar aardappelen op dit perceel wil telen.

Rietzwenk
Het zaaien van het Rietzwenk kan direct rond het maïs zaaien. Voordeel hiervan is dat de maïsplanten niet beschadigd kunnen worden en het tijdstip van de werkzaamheden beter te plannen zijn. Een groot aandachtspunt is de eventuele concurrentie van het Rietzwenk met de maïs. Kies daarom voor een traag ontwikkelend ras. Ook de hoeveelheid zaaizaad per hectare dient krap aangehouden te worden. Tot slot is een goede bespuiting met een bodemherbicide noodzakelijk. Het Rietzwenk krijgt hierdoor een flinke groeivertraging. Op het demoveld stond het Rietzwenk er zelfs geel bij, maar dit trok later wel weer weg. Op plekken waar de maïs minder goed is aangeslagen is desondanks toch flinke concurrentie opgetreden met de maïs, wat ten koste ging van de opbrengst aan snijmaïs. Gesteld kan worden dat ook deze methode goed is geslaagd. Over het effect op aaltjes is nog niet veel te melden, aangezien de laatste monsters pas volgend jaar gestoken kunnen worden.

Conclusie demo groenbemesters
We weten als dat een vanggewas tijdens of voor de maïsteelt zaaien een betere kans op een geslaagd vanggewas geeft en daarmee een goede stikstofbinding. Daarnaast draagt het bij aan de verbetering van het organische stofgehalte van de bodem. Een aandachtspunt is eventuele concurrentie met de maïs. Ook de arbeidsplanning kan een motivatie zijn om voor een van beide methoden te kiezen. Italiaans Raaigras werkt aaltjes vermeerderend volgens het Aaltjesschema 2014 van PPO. Het effect van Rietzwenk op aaltjes is nog niet bekend en wordt binnen dit praktijknetwerk verder onderzocht door het meten van aaltjes voor inzaai, direct na de oogst en in komend voorjaar. Maar voor beide geldt dat het positieve effect van een goede stikstofbinding en het op peil houden van het organische stofgehalte wel eens groter voordeel op kan leveren als het nadeel van aaltjes op een volgend gewas.

Samen Sterk zoekt ondernemers
De agrarische sector werkt aan een gezonde mineralenbalans door een overschot van mineralen te voorkomen of door een overschot te verwerken. Ook ontstaan samenwerkingsverbanden tussen akkerbouwers en veehouders om een gesloten mineralensysteem te realiseren. Zo is ook het praktijknetwerk “Samen Sterk” ontstaan. De samenwerking bevat drie bedrijven; twee melkveehouders en een gemengd bedrijf van akkerbouw en pluimvee uit Nooitgedacht in de Veenkoloniën. DLV begeleidt het praktijknetwerk, waarin ook LTO Noord en CAH Dronten participeren. Steeds meer ondernemers zijn geïnteresseerd in samenwerking met andere sectoren en willen graag gebruik maken van het ontwikkelde bouwlandplanningsmodel. Voor meer informatie kunt u contact zoeken met Freerk Oudman via f.oudman@dlv.nl / 06-51 58 71 32