Datum
25 augustus 2014

"We moeten de meetgegevens nog goed leren gebruiken"

‘Meten is weten’ aldus Rinus van Stee. Van Stee is deelnemer van het praktijknetwerk Sensoren. In het praktijknetwerk delen deelnemers hun ervaringen, kennis en het resultaat van sensorgebruik onder begeleiding van Countus.


Hierdoor worden de meetgegevens van de sensoren optimaal geïnterpreteerd en gebruikt in de beregenstrategie. De reactie van Van Stee op de laatste bijeenkomst over precisielandbouw:  “We kunnen al heel veel meten, maar we moeten de meetgegevens nog goed leren gebruiken  .”

Vooral voor de lelieteelt kan beregening met behulp van vochtsensoren winst opleveren. Tot nu toe werkte Van Stee op zijn gevoel en de weerberichten – dat gaat goed, maar de vochtsensoren brengen iets extra’s. De sensor zorgt voor kennis over het vocht in de verschillende bodemlagen en waar de wortels van de plant het vocht opnemen. Zo kun je nog preciezer beregenen. Beregenen is duur en  als je een bron slaat, moet je dit melden bij het waterschap. Het is dan belangrijk dat je kan uitleggen met welk doel je de bron slaat en welke hulpmiddelen je gebruikt om te bepalen wanneer je gaat beregenen.  Met de sensor kun je dit nog beter aantonen: het gewas heeft het vocht duidelijk nodig.

Deelnemen aan het praktijknetwerk Sensoren was daarom bijna vanzelfsprekend. “Het is interessant om mee te maken wat je met de nieuwe technologie allemaal kunt,” zegt Van Stee. “Ik vind het belangrijk dat de jonge generatie er wat van op steekt, maar ik vind het zelf ook reuze interessant om de informatie uit de grafieken, afkomstig van de data van de vochtsensoren, te zien. Ik heb een abonnement op de weersinformatie van MeteoConsult, met zowel de weersverwachting als de verdampingscijfers. Daarmee kon ik mijn werkzaamheden altijd al goed plannen, maar de bodemvochtsensoren leveren nu een extra bevestiging dat we het goed doen.”

Dit blijkt volgens van Stee vooral uit het moment waarop ze starten met beregenen. Hij heeft de indruk dat ze nu later beginnen met beregenen dan toen de sensor nog niet gebruikt werd. Misschien zorgt dat ook voor waterbesparing, maar daarvoor is mogelijk nog meer informatie nodig. Overigens is dataverzameling steeds belangrijker voor de boer van de toekomst, dat bleek volgens Van Stee wel uit de informatie die Altjo Medema van Dacom tijdens de laatste bijeenkomst over precisielandbouw van het praktijknetwerk deelde. Hij vervolgt: “We kunnen al zoveel meten, maar we zijn nog niet in staat om de laatste informatie bij elkaar te krijgen. En dan is de weg naar bijvoorbeeld steeds preciezer bemesten open: meer kalk op die plaatsen waar de pH-waarde lager is, minder kalk op de plaatsen waar de pH-waarde hoger is. En natuurlijk bemesting met organische stof, ook dat kunnen we al meten. We moeten het alleen weten, en deze kennis toepassen. Wat dat betreft ligt er voor de nieuwe generatie een heel nieuwe uitdaging open!”

Van Stee heeft samen met zijn vrouw een akkerbouwbedrijf in  Boijl. Midden tussen de melkveehouders kende het bedrijf in het verleden een gevarieerd bouwplan: lelies, poot- en consumptieaardappelen, gerst, maïs en bieten. Omdat er ook regelmatig grond geruild werd met melkveehouders, hoorde ook grasland tot het bouwplan. De grondruil leverde voor beide partijen vaak een win-win situatie op: Van Stee kon op deze manier de grond de wettelijke rustpauze geven (aardappelen maar één keer per vier jaar op hetzelfde stuk grond) en de melkveehouders konden  nieuw grasland inzaaien zonder verlies van droge stof opbrengst. Tevens kunnen we goed inspelen op de mestwetgeving en de derogatie.

Het bedrijf wordt overgedragen aan de nieuwe generatie.  Tijmen van den Akker gaat verder met de lelieteelt en het andere deel van het bedrijf gaat over naar een neef van de familie die verder gaat in de plantuien.