Datum
30 juni 2014

Biobased Economy, dichterbij dan je denkt!

Op 16 juni j.l. kwamen Drentse akkerbouwers, provinciale ambtenaren en experts bij elkaar voor een ronde-tafelgesprek over de kansen van een Biobased Economy en het sluiten van regionale kringlopen in de provincie Drenthe. Aanleiding voor de bijeenkomst was de nota ‘Drenthe koerst naar een Biobased Economy’.


De middag werd georganiseerd door adviesbureau Bioclear in opdracht van de provincie Drenthe en het Praktijknetwerk Sturen met organische stof in de Veenkoloniën.

De eindigheid van fossiele brandstoffen komt in zicht en de maatschappij is op zoek naar alternatieven. Dit biedt kansen voor de agrarische sector, die op dit moment kampt met een sterk veranderend Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB), dat gevolgen heeft voor de inkomsten van boeren.  De urgentie om alternatieve inkomstenbronnen te vinden wordt groter.

Een veelbelovende oplossing is de Biobased Economy (BBE). Daarbij wordt biomassa het fundament van de economie. ‘Drenthe was turf, Drenthe is gas en olie en Drenthe wordt gewas’, aldus het promofilmpje voor Noordoost Nederland. BBE biedt nieuwe kansen voor de agrosector én de chemische industrie rondom Emmen. Maar er moet ook oog zijn voor de gevolgen voor bodemvruchtbaarheid.

Bioclear presenteerde een aantal voorbeelden waaronder de teelt van nieuwe gewassen zoals vingerhoedskruid voor de farmaceutische industrie en het winnen van eiwit uit suikerbietenblad. Er zijn allerlei technologische ontwikkelingen gaande waardoor het steeds makkelijker wordt om stoffen uit biomassa te halen. De gekozen technologie heeft effect op de kwaliteit van het restproduct dat terug naar de bodem kan. Al snel ging de discussie over het kostenplaatje voor de akkerbouwer en de effecten van het verwijderen van effectieve organische stof van het land en de kwaliteit van reststoffen  en de gevolgen daarvan op de organische stofbalans en het bodemleven. Vanuit de PPS BE-Basic wordt door Bioclear o.a. gewerkt aan een afwegingsmodel ter ondersteuning voor de te maken keuzes door de agrariër. De akkerbouwers gaven ook aan dat, als er dan restproducten worden ingezet, die dan bij voorkeur gebruiksruimte-vrij zouden moeten zijn, anders wordt toepassing een probleem.

Volgens Marleen Zanen, bodemonderzoeker bij het Louis Bolk Instituut is Biobased Economy an sich geen nieuw concept: het sluiten van de regionale kringlopen en het betrekken van organisch materiaal uit de omgeving werd eeuwen geleden al door akkerbouwers gedaan in kringloop met de veehouderij. Door kunstmest en import van veevoer zijn deze relaties verdwenen. De uitdaging zit hem erin om het oude kringloopconcept in te passen in de moderne, rendabele bedrijfsvoering. Goed voorbeeld is het benutten van slootmaaisel of natuurgras. Het vormt een extra aanvoer van organisch materiaal in de akkerbouw terwijl waterbeheerders dergelijk maaisel anders tegen kosten zouden moeten afvoeren. Zowel vanuit het Louis Bolk Instituut als vanuit ANV Drenthe is er veel kennis en praktijkervaring met maaisel al dan niet na compostering.  Dat de regelgeving de afgelopen jaren versoepeld is, heeft hieraan bijgedragen.

Voor deelnemers is duidelijk geworden dat de Biobased Economy eigenlijk veel dichterbij is dan je zou denken. Deze vruchtbare startbijeenkomst krijgt in november een vervolg waarbij ook de keten (AVEBE, COSUN) uitgenodigd wordt om deel te nemen.