Datum
14 april 2014

Veldleeuwerik leert bodem beoordelen

April 2014 - Duurzame ontwikkeling en een duurzame waardevermeerdering in de sector zijn een kans maar ook een voorwaarde om de doelstellingen in de regio te halen. ‘’Het verhogen van opbrengsten gaat ons lukken wanneer we duurzaam en goed met onze bodems weten om te gaan’’ verwoord één van de telers de inzet.


“We zien kansen door ons te richten op onze bodems: organische stofmanagement, mineralenmanagement en bemesting, het effectief benutten van de bodembiodiversiteit waar we nog nauwelijks gericht mee werken”.

Het zelf leren beoordelen van de bodem op het eigen bedrijf staat centraal in het praktijknetwerk Veenkoloniën. Hiervoor is een beoordelingskader ontwikkeld met een Bodemscan die ons moet helpen onze eigen bodem op de bedrijven te beoordelen als basis voor een duurzame bedrijfsvoering. Daarbij komen vragen op ons af: wat zien we nu eigenlijk, wat betekent dit en welke maatregelen passen daarbij om tot een meer duurzame en meer productieve teelt te komen?.

Op het bedrijf van Bertus de Vries beoordeelden deelnemers in een bijeenkomts bijvoorbeeld Japanse Haver die een  een gunstige extra intensieve beworteling vertoond bij lagere stikstofgiften. In de hogere  giften lijkt er meer bovengrondse massa te ontwikkelen maar blijven de wortels achter. Rond het maatregelenmanagement volgde een discussie hoe om te gaan met een dichtere laag onder in de bouwvoor (25-50 cm diep). De conclusie op deze veenrijke maar bonte dalgrond was om de laag met rust te laten aangezien de veenresten niet storend werken en de laag doordringbaar blijft voor de wortels. De inzet van groenbemesters in combinatie met de graanteelt doet het beste recht aan deze grond en is ook een antwoord op de vraag ‘hoe de dode organische stof van het veen vooral weer actief te krijgen’.

Op een andere bijeenkomst in tweede Exloermond werd de bodem onder verschillende groenbemesters in het demoveld op het bedrijf van Frank Mensen beoordeeld. Ook hier veel aandacht voor de beworteling en met name de verschillen tussen de groenbemesters waaronder Caliente, een mix van twee mosterdvariëteiten geschikt voor biofumigatie, de Japanse haver, maar ook Zwaardherik Nemat. Naast de diepte van de groenbemester lijkt met name de bewortelingsintensiteit voor een gunstige bodemontwikkeling van belang. Ook hier kwam de Japanse haver als meest gunstige bewortelaar naar voren.

Heel anders is de problematiek op de zandgronden in de regio. Niet alleen de intensiteit van het bouwplan vraagt aanpassing maar ook de bewerkbaarheid van de bodem is hier essentieel. De bouwvoor maximaal bewortelbaar houden is hier de uitdaging. Dit wordt mede mogelijk door bewerkingen die de grond niet te fijn wegleggen en het consequent aanvoeren van levende organische stof in de vorm van groenbemesters en organische mest.

In het  vervolgtraject gaan ondernemers dit voorjaar hun eigen bedrijven beoordelen aan de hand van het beschikbaar gestelde beoordelingskader. Hiermee is ervaring opgedaan. Het zelf beoordelen van de grond en bespreking ervan in de groep is de uitdaging van 2014.

Praktijknetwerk Veldleeuwerik Veenkolonien